
In het glas is de Eloquio diep robijnrood met een violette gloed langs de rand, precies de kleur die je van een goed gerijpte Malbech verwacht. De neus is uitnodigend zonder opdringerig te zijn: rijp zwart fruit voorop, bramen en pruim, met daaronder een laagje rode bessen en een zweem rabarber die de wijn fris houdt. Wat verder ronddraaien brengt fijne specerijen naar boven, iets van peper en gedroogde kruiden, plus een lichte kruidige toets die aan de zon van het zuiden herinnert.
In de mond valt vooral de balans op. Er is voldoende vlees en structuur om de wijn serieus te nemen, maar hij blijft soepel en beweeglijk; de tannines zijn rijp en fluwelig en schuren nergens. Het fruit blijft helder, de frisheid draagt de wijn tot achterin en de afdronk is middellang met een aangename kruidige nasmaak. Geen krachtpatser dus, maar een wijn met karakter en een elegante inslag, die het bij tafel beter doet dan solo in de fauteuil. Voor wie Malbec alleen kent uit Argentinië is dit een verrassende kennismaking met dezelfde druif in een Italiaanse jas.
Maria Faretra is een jong wijnhuis uit de Capitanata, het uitgestrekte noordelijke deel van Puglia rond de stad Foggia. Wie deze streek voor het eerst bezoekt, ziet vooral ruimte: golvende velden, olijfgaarden tot aan de horizon en wijngaarden die in het zomerlicht bijna wit oplichten. Het is een landschap dat al sinds de Romeinse tijd bewerkt wordt, met vlakbij de opgravingen van Herdonia, en dat lang bekendstond als de graanschuur van Zuid-Italië. Dat diezelfde bodem ook fijnzinnige wijn kan voortbrengen, is een besef dat pas de laatste decennia echt is doorgebroken.
Het huis presenteert zichzelf als een bedrijf dat volledig door vrouwen wordt geleid, met een moderne ziel en oude waarden. Die formulering klinkt als marketing, maar je proeft er iets van terug in de wijnen: er wordt niet gejaagd op kracht en alcohol, zoals in Puglia gebruikelijk was, maar op balans, frisheid en herkenbaarheid. De naam Faretra betekent pijlkoker, en de etiketten met hun getekende figuren dragen datzelfde verhalende karakter. Elke wijn krijgt een eigen naam en een eigen beeld, alsof het personages zijn in dezelfde vertelling.
De wijngaarden liggen op klei-kalkbodems die rijk zijn aan kalium, met opvallend veel kalksteen in de ondergrond. Die combinatie zorgt voor een goede waterafvoer en dwingt de stokken om dieper te wortelen. Het microklimaat van de Tavoliere doet de rest: warme, droge zomers en milde winters, met genoeg verkoeling in de nacht om de aroma's en de zuren in de druiven te bewaren. Het resultaat is een langzame, gelijkmatige rijping, en dat is precies wat een druif als Malbech nodig heeft om niet in zwaarte door te slaan.
Alle druiven worden met de hand geoogst en biologisch geteeld; het huis vermeldt bij zijn wijnen bovendien nadrukkelijk dat ze vegan zijn. Het assortiment is klein en overzichtelijk. Naast de Eloquio, de rode Malbech die hier centraal staat, is er Le Pietre Parlanti, een Primitivo van kalkrijke bodems met een uitgesproken minerale rand. Sontuosa is gemaakt van Nero di Troia, een van de oudste inheemse druiven van Puglia, en verschijnt zowel als rode wijn als in een bleekroze rosé. Temèria, ten slotte, is een rosato van diezelfde Malbech-druif: fris, licht en met een fluweelzachte afdronk.
Dat Maria Faretra juist Malbech in de hoofdrol zet, is een bewuste keuze. De druif kwam eind negentiende eeuw vanuit Frankrijk naar Puglia en werd daar generaties lang als bijrol gebruikt, als kleur- en structuurgever in blends. Het wijnhuis draaide dat om en liet de druif als soloartiest optreden. Wie Malbec kent van Argentinië, proeft hier iets anders: minder massief, met rijper rood fruit maar ook met een elegantere, frissere rand en tannines die eerder soepel dan stroef zijn. Precies daarin ligt de aantrekkingskracht van dit huis: bekende druiven, maar in een Puglia-jasje dat je niet ziet aankomen.