
In het glas diep robijnrood met een granaatrode rand. De neus opent met rijp en ingemaakt rood fruit, kersen en bramen, gevolgd door zoethout, zwarte peper, tabak en een vleugje chocolade en koffie van de rijping op hout.
In de mond is deze Amarone vol, warm en fluwelig, maar dankzij een frisse zuurgraad en fijne, levendige tannines nooit log of zwaar. De afdronk is lang, met gedroogde kers en een kruidige toets. Een wijn die nu al veel plezier geeft en gerust nog jaren in de kelder kan liggen.
Wie door het oosten van de Valpolicella rijdt, ziet tussen de valleien van Illasi en Mezzane een heuvelrug opdoemen waar de plaatselijke boeren lange tijd weinig van verwachtten. Monti Garbi heet het gebied, en garbo betekent in het Veronese dialect zoiets als schraal of hard. De kalkrijke, stenige grond gold als weinig vruchtbaar. Juist daar schreven vier broers een van de opvallendste succesverhalen van de regio.
Armando, Tiziano, Paolo en Massimo Castagnedi groeiden op tussen de wijngaarden van hun vader Antonio in San Zeno di Colognola ai Colli. Antonio was druiventeler en een van de oprichters van de plaatselijke coöperatie; zijn druiven verdwenen in de coöperatieve kelder, niet in een eigen fles. De broers hielpen als kind al mee in de wijngaard, maar toen ze volwassen werden, bleek het familiebedrijf te klein voor vier. Ze gingen aan de slag als technisch adviseur bij wijnhuizen door heel Italië en leerden daar hoe je van een goede druif een grote wijn maakt.
Die ervaring leidde in 1989 tot een gedurfde stap: de aankoop van een landgoed op Monti Garbi, met bossen, olijfgaarden en wijngaarden. Samen met de gronden van hun vader vormde dit de basis van Tenuta Sant’Antonio. In 1995 volgde de eerste eigen jaargang en rond 2000 verrees op dezelfde heuvel de moderne kelder die nu het hart van het bedrijf vormt. De schrale grond bleek geen nadeel maar een troef, vooral voor de Corvinone. De kalkrijke bodem geeft deze druif frisheid en spanning, en hij groeide uit tot de ruggengraat van hun Valpolicella en Amarone.
Inmiddels bewerkt de familie meer dan honderd hectare wijngaard op hoogten tussen ongeveer 120 en 320 meter, verspreid over de Valpolicella en de Soave. Tenuta Sant’Antonio is aangesloten bij de Famiglie Storiche, een vereniging van toonaangevende Amarone-families. Het assortiment reikt van frisse Soave en de geliefde Ripasso Monti Garbi tot de Amarone Campo dei Gigli, afkomstig uit de oudste wijngaard van het landgoed.
De Amarone die wij proefden, draagt de naam en de handtekening van vader Antonio. Het is het eerbetoon van de vier broers aan de man die hun liefde voor het land en voor goede wijn doorgaf. De druiven worden in de eerste weken van oktober met de hand geplukt, zoals ‘raccolto a mano’ op het etiket al belooft, en drogen daarna zo’n drie maanden in kistjes, waardoor suikers en aroma’s zich concentreren. Na een zachte persing in december gist de wijn in roestvrij staal, waarna hij ongeveer twee jaar rijpt in Franse eikenhouten vaten. Zo vertelt elke fles het verhaal van een familie die bewees dat op harde grond iets moois kan groeien.